Coehoorn en de Monster Commissaris Ordinaris Toppinga

 

familiewapen CoehoornAfgelopen jaar heb ik mij in de familie Coehoorn verdiept. Ik moet zeggen, een mysterieuze familie in Uithuizen. De oudste referentie die ik kan vinden is het graf van Johan Coehoorn in 1595 in de kerk van Uithuizen (zie foto bij het verhaal Familiewapen Coehoorn) en is waarschijnlijk de eerste Coehoorn die zich in Uithuizen vestigde vanuit Groothusen, Duitsland. In de Groninger Archieven komt de naam Coehoorn na 1595 voor in een aantal akten, maar wat mij opvalt is hoe weinig de naam terug komt in doop- en trouwakten. Ik zou meer kinderen en (achter)kleinkinderen verwachten. Waarschijnlijk hebben de Coehoorns een erg moeizame start gehad in Uithuizen.

Via de trouw- en doopakten kom ik uit in 1667 waar een beschrijving van het huwelijkscontract tussen Jacob Coehoorn en Loucke Eevers is overgebleven in De Navorscher:

bij ons eene verzegeling (in afschrift), van 20 Sept. 1667, van het „Houwelijx Contract tusschen Jacob Coehoorn, soone op Taeckuma 1), Leitenant v. e. Comp. Inf. onder het Regemt v. d. E. E. Conolel (sic) van Weede, Heer van Walenborch, ende Loucke Eevers, dochter op Rottemer Nijhuis 2). Dedigesluiden over desen houlijck sijn geweest an des Bruidegoms sijde de heer Johan Coehoorn als vader, Johan Coehoorn Jonge als broeder, Jan Reinders van Borck als oom. Ende ande Bruits sijde Jacob Evers als broeder, Albertus Averes als oom, de heer Monster Commissaris Ordinaris Toppinga als voormont, Dezck Wiersema als sibbe voogt, ende Harmen Cnol als vremde voogt.

Jammer genoeg is in het contract niet de moeder van Jacob genoemd. Daarnaast valt op de ouders van Loucke ook niet zijn genoemd, maar wel de heer Monster Commissaris Ordinaris Toppinga als voormont van Loucke. Voormont, dat zo goed als voogd betekent. De ouders van Loucke zijn dus in 1667 al overleden. In het zelfde jaar 1667 is ook de volgende akte van een erfenis terug te vinden:

Scheidbrief tussen luitenant Jacob Coehoorn, nomine uxoris, monstercommissaris Johan Toppinga als voormond met de andere voogden van de kinderen van Evert Janssen en Martien Jacobs, allen erfgenamen van Scheltie Tewes weduwe Jan Everts, 1667

Hierin wordt Jacob Coehoorn als nomine uxoris (in naam van de echtgenote) samen met monstercommissaris Toppinga als voogd van de kinderen van Evert Janssen en Martien Jacobs genoemd. Deze informatie in combinatie met het huwelijkscontract betekent dat Evert Janssen en Martien Jacobs de ouders zijn van Loucke. Daarbij zijn zij allen erfgenamen van Scheltie Tewes weduwe van Jan Everts, ofwel de oma en opa van Loucke.

Maar wie is nou die Toppinga met zijn monsterlijke titel? In de Nederlandse Leeuw uit 1908 is zijn vrouw, maar ook het patroniem van Johan Toppinga genoemd:

Catharina of Trijntje Buning, geboren 1642, gehuwd omtrent 1661 met Jan Olpherds Toppinga, monstercommissaris te Groningen.

De vader van Jan (Olpherds zoon) Toppinga zal hoogst waarschijnlijk Olpherd Jansen heten en van deze persoon is een huwelijkscontract bewaard gebleven. Hieruit kan je concluderen dat de eerder genoemde Jan Everts en Scheltie Tewes ook de opa en oma zijn van Monster Commissaris Ordinaris Jan Ulferts Toppinga en dus een neef van Loucke Eevers, de vrouw van Jacob Coehoorn:

Huwelijkscontract tussen Ulfert Janssen, zoon van Johan Ulferts en Aeijlke Jelmers, en Martien, dochter van Johan Everts en Scheltje, 1626.

Bruidegoms zijde: Aeylke (moeder), Jelmer Eltkens (bestevader), Eltije Jelmers (oom), Jacob Jelmers (oom), Peter Tewes (zwager), Marrije (echtgenoot Peter Tewes).

Bruids zijde: Johan Everts (vader), Scheltije (moeder), Jacob Everts (oom), Ubbe Jelmers (oom), Jacob Tewes (oom).

N.B. De functie van Monster Commissaris: Tot 1795 waren in het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden de compagnieën financieel afhankelijk van de commandant (kapitein of ritmeester). De betaling van de soldijen en traktementen behoorde tot zijn verantwoordelijkheid, evenals de administratie hierover, die veelal werd gevoerd door een oudere onderofficier. De overheid die de soldij- en traktementsgelden verstrekte, oefende toezicht uit. Aanvankelijk gebeurde dat door middel van zogeheten monstercommissarissen.
bronnen
  • De Nederlandse Leeuw, jaargang 73 1908, pagina 7.
  • De Navorscher, pagina 363, http://www.dbnl.org/arch/_nav001189101_01/pag/_nav001189101_01.pdf
  • Archief Laman, http://www.groningerarchieven.nl
  • http://www.allegroningers.nl

Louis Andries, brouwer bij Barbarossa

Reclame brouwerij Barbarossa
Reclame brouwerij Barbarossa

Mijn vader, Louis Andries, geboren 28 december 1919 te Haren.

Hij heeft na de lagere school, volgens mij was dat de Julianaschool, de “ambacht”school (LTS) gedaan ( van ongeveer 1932 – 1936).  Zo vlak voor de oorlog, lag het werk niet voor het oprapen. Opa was dus in feite elektricien, maar door de grote werkloosheid had zijn vader Geert (dus mijn opa) een baan voor hem geregeld bij de bierbrouwerij “de Barbarossa” in de wijk Helpman te Groningen.

Hij sprak niet nooit over de oorlogsjaren, maar sporadisch vertelde hij wel eens wat, zoals dat ze een boom gekapt hadden, dat was om thuis de kachel op te stoken en eten klaar te maken, maar dat ging bijna mis, want ze liepen tegen een paar Duitse soldaten aan.
Deze vroegen waar zij de boom voor nodig hadden, zeker voor thuis voor de kachel om te koken.
Nee, zeiden ze , dat is voor de brouwerij, voor bier. Nou dat wilden de Duitsers wel eens zien, dus samen naar de brouwerij. Naar meneer Ru Mees (de directeur), deze voelde al nattigheid en beaamde het hele verhaal en gaf de Duitsers een paar flesjes bier en de Duitsers vertrokken weer en de boom werd in stukken gekapt en in de fietstassen gedaan en s’avonds mee naar huis vervoerd. Dit hele verhaal gebeurde herhaaldelijk, want zo konden ze de Duitsers , met een paar flesjes bier rustig houden.

Reclame bokbier Barbarossa          Reclame Barbarossa pils

Reclame Barbarossa Bokbier en pils

Zo tegen het einde van de oorlog moest Louis naar Duitsland, om te werken, dat heeft de huisarts verhinderd, want die had, al eerder, tegen mijn vader gezegd, als je een oproep krijgt om in Duitsland te werken, dan moet je bij mij komen, om je wratten op je handen te laten behandelen, alzo is het gebeurd.
Hij hoefde toen niet naar Duitsland, maar kon hij wel bij een of andere boer op het hoge land aardappels “krabben”, dus rooien. Verder weet ik niet veel. Dit vertelde hij over de oorlog.

Een aantal jaren na de oorlog zijn ze getrouwd en later is Geert geboren. Eerst hebben we in de Atjehstraat gewoond. Ik heb daar niet veel herinneringen aan. Het enigste wat ik nog van die tijd weet is, dat het mooi weer was en de bovenbuurvrouw mij een traktatie over de balkonrand toegooide. Die traktatie was een lolly en die lolly heeft veel indruk op mij gemaakt. Het was een stokje met daarop een druppelvormige hartje met papieren blaadjes erom toegevouwen, als je de blaadjes opengevouwen had, had je een mooie bloem.

Op mijn 4-jarige leeftijd gingen we verhuizen van de Atjehstraat naar de Emmastraat nr. 14 in de wijk Helpman, direct achter de Brouwerij Barbarossa waar mijn vader werkte.
Tot zo ver het verhaal van van opa.

Familiewapen Coehoorn

Op het moment dat het grote project over de Helmichs in Oldenzaal z’n beetje was afgerond, schreef iemand een berichtje op het verhaal De Tiendaagse Veldtocht. In dit verhaal heb ik de mannen in de kwartierstaat Van der Werf gecontroleerd of zij militaire zijn geweest. De eerste die ik tegen kwam was Frans Huijs, echtgenoot van Louwijna de Baar. Nou bleek Frans Huijs behoorlijk bejaard te zijn op het slagveld en daardoor heb ik Frans niet meer verder bekeken. Grappig hoe z’n berichtje, die iemand achterlaat, tot iets leuks kan leiden. De persoon schreef dat Louwijna de Baar afstamt van Jacob Coehoorn en vervolgens via zijn moeder Renske Takuma van een adellijke lijn tot Focko Ukena, een Friese hoofdeling die streed voor de Friese vrijheid.

Nou klinkt dat geweldig, maar klopt het ook? Ik heb in ieder geval het spoor terug kunnen vinden tot een Johan Coehoorn (zie afbeelding hieronder). Via doop en trouwakten kom ik terug op Jacob Coehoorn en Louwke Eeverts in 1667. Hij is luitenant en wonende op Takema en zij komt van Usquert, Rottumer Nijenhuis. Takuma was een steenhuis in Uithuizen. Uit het huwelijkscontract blijkt verder dat Johan Coehoorn de vader is van Jacob Coehoorn.

Tijdlijn Van der Werf en Coehoorn (op basis van trouwjaar) – beweeg met de muis van links naar rechts over de afbeelding 

Na wat speurwerk op internet kwam ik onderstaande graftekst tegen van een graf in de kerk van Uithuizen. Vanwege het verschil in jaartallen is deze Johan Coehoorn waarschijnlijk de opa van Jacob. En verder…. een beschrijving van een wapen!

JOHAN COEHOORN H … TAKUMA … 1595 GESTORVEN … FEBRUARY, VERWACHTENDE EEN SALIGE OPSTANDINGE IN CHRISTO.
Wapen: Twee beslagen en gesnoerde hoorns onder elkaar. Helmteken: een gesnoerde en geringde hoorn

Afgelopen dinsdag was ik op bezoek bij mijn ouders in Ten Boer en ’s middags zijn we naar Uithuizen gereden. Het graf ligt midden in de kerk  en is een looppad. De tekst is daardoor bijna niet meer leesbaar en het wapen is gelukkig nog herkenbaar.

Graf Johan Coehoorn van Takuma 1595
Graf met wapen Johan Coehoorn van Takuma 1595

Veel verder dan dit ben ik nog niet gekomen. Johan, de vader van Jacob, blijkt namelijk 2-3 keer getrouwd te zijn en het is niet echt duidelijk wie de moeder van Jacob is. Het kan Renske Takuma zijn, maar ook niet. De doop- en trouwbronnen drogen namelijk hier z’n beetje op. Ik heb nog een paar ideetjes om er achter te komen. Genoeg voor een volgend verhaal.

Bronnen:

  • Trouw- en doopakten op http://www.allegroningers.nl
  • Beschrijving huwelijkscontract Jacob Coehoorn en Louwke Eeverts, pagina 363 van de Navorscher op http://www.dbnl.org/arch/_nav001189101_01/pag/_nav001189101_01.pdf
  • Beschrijving grafzerken kerk Uithuizen op http://www.redmeralma.nl/uithuizen.htm

Deel 2 Herman! van wie zijt gij een zoon?

Oude kaart van Twente met Oldenzaal en Neuenhaus

Het voelde toch niet goed… Het verband tussen de Helmich in Neuenhaus en de Helmich in Oldenzaal die ik in mijn vorige verhaaltje suggereerde. Een mogelijk verband op basis van tijdsperiode en vernoeming van de kinderen. Te weinig informatie om het hard te maken. Veel kerkboeken gaan namelijk niet zover terug en vallen dus af als een betrouwbare en duidelijke bron. Waar je dan in terecht komt zijn kerkboeken met beleningen, leenregisters en rechterlijke registers. Het laatste is een register, waarin voornamelijk schulden, aflossingen, hypotheken en testamenten in worden beschreven. Hierin worden ook zo nu en dan familieverbanden aangegeven. Het lastige aan deze registers is dat je vaak niet kunt achterhalen over welke persoon de akte precies gaat. Bijvoorbeeld weet je dat in dezelfde periode 3 verschillende echtparen zijn met Herman Helmich, allemaal familie van elkaar en in een akte wordt Herman Helmich benoemd. Welke van de 3 Hermannen is het dan?

In Oldenzaal heeft Frans Clemens transcripties gemaakt van het stads- en landsgericht over een periode van een kleine eeuw. Zeer veel informatie! Het handige aan transcripties is dat je erin kunt zoeken op tekst. Afgelopen jaar heb ik dit voor Helmich gedaan en resulteerde in meer dan 4000 stukken tekst waarin Helmich is genoemd. De familieverbanden heb ik in een databank gezet en scripts gemaakt om ze inzichtelijk te krijgen. Het resultaat is een parenteel – stamboom – van de vroege Helmichs in Oldenzaal. Hierbij moet ik opmerken dat de parenteel is gebaseerd op akten uit de late middeleeuwen en kunnen foutief zijn geïnterpreteerd vanwege het oude taalgebruik.  De databank met de akten en de interpretatie daarvan zijn beschikbaar op deze website. Heb je aanvullingen, suggesties of opmerkingen op de akten en de interpretatie ervan? Laat het me weten en maken we daarmee een betere parenteel van de vroege Helmich.

Na al die moeite en werk, heb ik dan ook het antwoord gevonden op mijn vraag – Herman, van wie ben je een zoon? Ja, maar gelijk ook nog steeds nee….. Wat ik heb gevonden is een verband tussen de Helmichs in Oldenzaal en die in Neuenhaus!

Op den 28 Decembris 1596, Henrick Loelvinck Tonnis Nitert in stadt, Lambert Mentincks borgermeisteren, Sijnnen erschennen die Erenthaffte unnd Erbare Joannes Bruinß als vulmachtiger Fennen Helmichs genompt Schouwen, woervan die vulmachtt in Schependomb vertoent under dato den 12 Decembris 1596 under het zegel van der stadt Nijenhuiß, ende voer den Borgermeisteren darselvest gepasseert unnd ahngenommen [……]

Op den 23 Januarij, Anno 1597, Anthoniss Njitert Wilhelm ten Hanenbergh in stadt, Johan Coster Borgermeisteren, Elßken Helmiges nhagelaetene weedtfrouwe van zalige Claess Croenenberg ende Grietjen Joriß die huijsfrouwe van Derrick Henrickß daer genompte Grietjen voer caveert, Grietjen vorß, voer Fennen Helmichs weduwe van zalige Jorrien Dolbergh thom Nijenhuiß daer sie voer in staet ende itzg Fenne all gereet oer ahnpart vanden gelde ontfangen hebbende [……]

Fenne Helmich is getrouwd met Jorrien Dolberghe uit Neuenhaus en komt terug met een bezegelde volmacht uit de stad Neuenhaus. Fenne Helmich genaamd Schouwen en Fenne Helmich weduwe van Jorrien Dolberghe zijn dezelfde persoon, omdat  beiden dezelfde familierelaties hebben. Ik vermoed dat Schouwen haar 1ste man was en Jorrien Dolberghe uit Neuenhaus haar 2de man. Wanneer we de directe familie van Fenne bekijken, dan zijn er een paar opmerkelijke gebeurtenissen te noemen:

  • Johan Helmich, broer van Fenne, is tot aan 1582 in Oldenzaal genoemd en overlijdt als burger van de stad Boekholt tussen 1582 en 1591.
  • Herman Helmich, broer van Fenne en deecken der collegiaten kercken St. Plechelmi Aldenzall, heeft in 21 oktober 1581 de pest en overlijdt kort daarna.
  • Heijle Helmich, broer van Fenne, overlijdt in 1591.

In 1593 is een opmerkelijke akte opgemaakt die de situatie in Oldenzaal omschrijft. De akte gaat over een persoon die de jaarlijkse rente aan de kerk niet meer kan betalen en verarmt is door de langdurige en ellendige oorlog.  Zijn grond is verdorven en merendeel verlopen, zodat hij genoodzaakt is het te verkopen. Een interessant detail is dat het land van deze persoon naast het land van Werner Helmich ligt. Mogelijk is dit Wernerus Helmich, echtgenoot van Anna Fabri  en de ouders van Fenne Helmich.

oere vijff stucke bowlandes gelegen op denn Lutticken Esche, tusschenn landen zalige Lambert Storcks, ende Wernerß Helmichß, […..], vuir die summa van vier hondert unnd vier unnd dertich golden guldenn,[….], unnd dewile dan hett convent vuirg in dußen lanckdurigen unnd elendigenn orloghe oftte krighe ganßlichen verarmet, vann oere Meijeren die oick derhalvenn in den grondt verdorven, unnd ten mehrendeell verlopenn, die jaerlixe pachten unnd upkumpsten nicht konnen bekhommen, […..]unnd derhalven deselve umme erfflichen tho verkopen genodiget unnd verorsaecket worden

inname Oldenzaal door prins Maurits in 1597

Wanneer de geschiedenis van Oldenzaal ernaast wordt gelegd, blijkt dat het roerige tijden waren in Oldenzaal:

  • 1565 breekt pest uit in Oldenzaal.
  • 1572 wordt Oldenzaal kort ingenomen door Willem van den Berg, zwager Willem van Oranje en verjaagt de Spanjaarden.
  • Eind 1572 wordt Oldenzaal weer ingenomen door Hertog van Brunswijk en wordt Oldenzaal weer katholiek.
  • 1580 neem Graaf Van Hohenlohe, schoonzoon van Willem van Oranje, Oldenzaal in.
  • 1580 werd Oldenzaal overgedragen aan de stadhouder Rennenberg en liep over naar de Spaanse zijde.
  • 1582 breekt weer de pest uit in Oldenzaal.
  • 1589 komt het geweld van de oorlog tussen Salland en Twente naar Oldenzaal.
  • 1597 neemt prins Maurits vrij eenvoudig Oldenzaal in, omdat de Oldenzalers oorlogsmoe waren.
  • 1605 neemt Ambrosio Spinola Oldenzaal weer in.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Johan naar Boekholt en Fenne naar Neuenhaus gaan. Ik vermoed dat de kinderen van Heijle mogelijk met Fenne mee zijn gegaan naar Neuenhaus en dat daar de connectie met mijn Herman Helmich ligt. Jammer genoeg mis ik nog één generatie om daar zeker van te zijn.

Tijdlijn van Noorda en Helmich (geboortejaar) – beweeg met de muis over de afbeelding 

De Helmichs waren een grote en invloedrijke familie in Oldenzaal. Veel vooraanstaande functies, als rechters, burgemeesters, advocaten en kerkelijke functies. Van plechtige aktes tot beschrijving van ruzies met kleurrijk taalgebruik. Genoeg materiaal om nog meer verhalen aan te wijden!

Bronnen

Herman! Van wie zijt gij een zoon?

Wapen Helmich

Een familieverhaal is dat de Noorda kant van adellijke afkomst is en een landgoed in Duitsland heeft gehad. Dat is natuurlijk interessant om uit te pluizen. Mijn neef Wim heeft de mannelijke lijn al eens opgeschreven en daaruit komt dat de Noorda’s voornamelijk van Drentse afkomstig zijn. Jammer genoeg is voor 1811 de achternaam Noorda vrijwel niet meer terug te vinden in Drenthe, laat staan in de noordelijke drie provincies. Vanwege de invoering van de burgerlijke stand in 1811 heeft Harm Geerts waarschijnlijk besloten om met de achternaam Noorda door het leven te gaan.

De mannelijke lijn van de Noorda’s levert dan wel niets op, maar misschien is via de vrouwelijke lijn wat te vinden? Zo gezegd, zo gedaan. Na enkele vrouwelijke lijnen te hebben uitgezocht, kom ik bij Berend Schutte en Jacobje Engberts en daar staat ineens een connectie met Duitsland:

huwelijksakte Berend Schutte

Berent Schutte is afkomstig uit Neuenhaus, graafschap Bentheim. Zijn vader is Jan Simon Schutte en die maar even in google zoeken. Google is in dat opzicht makkelijk, want dan zie je gelijk of andere mensen ook al het idee hebben gehad om het uit te zoeken. En dat was zo. Meerdere websites geven aan dat er een link is met de familienaam Helmich en voert helemaal terug naar 1420! Het is alleen jammer dat niemand bronnen geeft en bij navraag blijkt dat veel mensen het van elkaar hebben gekopieerd. Dat schiet niet op. Dan maar zelf de bronnen opzoeken en houdt het uiteindelijk op bij Herman Helmich en zitten we ongeveer tussen 1620 en 1660. Verder zullen we hier niet komen, omdat waarschijnlijk de vroegere kerkboeken niet meer bewaard zijn gebleven.

Diverse websites geven aan dat de familie Helmich tot 1420 terug gaat, dan moet er ergens meer te vinden zijn. Mijn zoektocht leidt nu naar het Centraal Bureau voor de Genealogie in Den Haag. Daar schijnt volgens hun website een stamboom te liggen van de familie Helmich en bleek ook zo te zijn. Jammer genoeg gaf het niet eenduidig de connectie met mijn Herman, maar wel bronnen! Het Nederland´s Patriciaat -het blauwe boekje- en het Leenrepertorium van Overijissel.

In het blauwe boekje zijn vooraanstaande, niet-adellijke families genoemd en is in te zien bij het Historisch Centrum Overijssel. Lekker dichtbij huis. Het Leenrepertorium is zo te downloaden van de website van Historisch Centrum Overijssel als pdf. Het is een bestand van maar liefst 4228 pagina’s, waarin beleningen van landgoederen zijn geregistreerd en gaat helemaal terug tot 1400. Veel informatie over de Helmichs gevonden. Bijvoorbeeld dat zij beleend waren met het (land)goed Berndingh, richterambt Oldenzaal in het buurtschap de Lutte. Maar jammer genoeg niet de connectie gevonden die al die websites suggereren. Daar staat namelijk dat Herman Helmich de zoon is van Geert Helmich en Derkje Kuytenbrouwer. Hoe langer ik met de Helmichs bezig ben, hoe minder ik overtuigd ben dat dit klopt. Geert en Derkje trouwen in 1595, terwijl Herman ongeveer in 1620 moet zijn geboren (zijn zoon Geert trouwt in 1664 en als je ongeveer 20-25 jaar per generatie rekent). Daar is naar mijn idee net iets te veel tijd tussen (1595 en 1620). Ik ben er wel van overtuigd dat er wel verwantschap is tussen mijn Herman en de Helmich stamboom, om de simpele reden dat namen Geert en Herman in beide terugkomen. Daarnaast ligt Neuenhaus (mijn Herman) niet zo gek ver van Oldenzaal (de Helmichs).

Ondertussen heb ik zoveel informatie over de Helmichs gevonden dan het mogelijk is om een uitgebreide stamboom van de maken (zie Parenteel Helmich). Bij het maken kwam ik twee kandidaten tegen die in de juiste periode leefden. Eén daarvan is volgens mij de meest waarschijnlijke connectie: (ACHTERHAALD!, zie deel 2)

stamboom Noorda - HelmichDeze Herman is volgens mij de meest waarschijnlijke connectie omdat:

  • De tijdsperiode past veel beter, want Herman en Geesken N. trouwen in 1641. Destijds kreeg men vaak binnen een paar jaar na het trouwen kinderen. In de Helmich stamboom duurde dit ongeveer 10 jaar en is erg lang. Het lijkt mij waarschijnlijk dat daar nog minimaal 2 onbekende kinderen zijn, waarvan Geert waarschijnlijk één is.
  • Het was gebruikelijk om je kinderen te vernoemen. De oudste zoon werd vaak naar opa vernoemd en de oudste dochter naar oma. De kinderen die daarna komen werden vaak naar de broers en zussen van de vader of moeder vernoemd. Twee kinderen van Geert en Swenne hebben namen die niet voorkomen in de Helmich stamboom voorkomen, namelijk Jan en Harmen. Deze namen komen, vooral de naam Jan, in de oma’s kant -Hampsink- veel voor.
  • Duidelijk is dat dochter Jenne naar de zus van Herman -Jenneken- is vernoemd.

Het is vrijwel onmogelijk om dit met 100% zekerheid te concluderen, omdat veel kerkboeken uit die vroege periode verloren zijn gegaan of incompleet zijn. Het lijkt mij de meest waarschijnlijke stamboom van mijn oma.

Kortom: De Noorda’s zijn niet van adel, maar wel afkomstig van een vooraanstaande familie Helmich, met een landgoed en een Duitse connectie.

 

Bronnen: zie Parenteel Helmich

De Tiendaagse Veldtocht

Prent Tiendaagse Veldtocht
Prent Tiendaagse Veldtocht bron: Wikipedia

Binnen de familie zijn enkele voorwerpen bewaard gebleven. Een hele opvallende is een bronzen kruisje. Niemand weet waar die vandaan komt, behalve dan uit de Van der Werf kant. Op de voorkant staat een gekroonde W en op de achterkant de jaartallen 1830-1831 en trouw aan koning en vaderland. Na wat zoeken op internet kom je al gauw op de Tiendaagse Veldtocht. Willem II trok ten strijde tegen de Belgische opstand. Hij slaagde hierin, maar onder druk van Frankrijk kreeg België toch hun soevereiniteit.  

Metalen kruis 1830 - 1831 Tiendaagse Veldtocht
Metalen kruis 1830 – 1831 Tiendaagse Veldtocht

Er moet dus een militair in de familie zitten! De enige militaire opmerking die ik in de Van der Werf kant ben tegengekomen is Frans Huijs. Op 2 mei 1785 trouwde zijn dochter Frederica Huijs met Reneke Renskes in Kantens. Bij de vader staat vermeld dat hij hopman is. Hopman is een verbastering van het Duitse Hauptmann en staat voor kapitein. Op zoek naar meer info over Frans Huijs:

  • 9 augustus 1742 wordt Frans gedoopt. Ouders zijn Hermannes Huijs en Frederica Folkers
  • 3 augustus 1763 trouwt Frans Huijs met Louwijna de Baar te Appingedam, brouwer
  • 8 december 1763 kerkelijke inschrijving Louwijna de Baar, met attestatie van Rottum, zijnde de huisvrouw van de brouwer Frans Huijs.
  • 2 april 1764 wordt dochter Frederica te Appingedam gedoopt
  • 12 februari 1766 wordt zoon Kornelis te Appingedam gedoopt
  • 3 februari 1768 wordt Harmanna Johanna te Appingedam gedoopt
  • 7 februari 1768 overlijdt Louwijna de Baar

Hmmm geboren in 1742, dan zou hij 88 jaar zijn geweest op het slagveld in Hasselt. Dat lijkt me sterk. Frans Huijs zou, als hij inderdaad hopman is geweest, in het Staatse leger hebben gediend en waarschijnlijk dan in de vestingsstad Delfzijl. Helaas valt daar zeer weinig (online) over terug te vinden want er zijn maar enkele stamboeken uit die periode bewaard gebleven.

Van wie is nou dat kruisje? Dan maar alle mannelijke namen uit de kwartierstaat invullen op de zoekmachine van het archief. Het resultaat Egbert Klassens Biel, 8e Regiment Infanterie 1814-1818.

stamboek militairen Egbert Klassens Biel deel 1

stamboek militairen Egbert Klassens Biel deel 2De laatste kolom staat ‘den 6 april 1846 gepasporteerd’, dus met eervol ontslag. Helaas wordt de Tiendaagse Veldtocht niet genoemd, maar Egbert is de enige militair die ik kan vinden en in de juiste periode. Dus het kruisje is waarschijnlijk van hem.

De Tiendaagse Veldtocht is dan wel niet genoemd, maar de een na laatste kolom geeft nog iets interessants: ‘1815 in Braband x Frankrijk’ (kolomnaam is veldslagen – niet op de foto). Dit kan maar één ding betekenen, namelijk Egbert heeft deelgenomen (of bijdrage geleverd) aan de veldslagen tegen Napoleon! Dit is de slag bij Quatre Bras of de slag bij Waterloo.

Bronnen:

Gefolterd en gestorven in gevang

Soms kom je een verrassende opmerking tegen. Zo ook mijn moeder die bezig is met de Clermonts tak van de familie. Na wat zoeken op internet kwam ze een opmerking tegen bij Petrus Clermonts: Gefolterd en gestorven in gevang 1773, vermeend lid van de Bokkerijders.

Bokkenrijders?!

Nagtdieven - Bokkenrijders - door tijdgenoot Sleinada
Voorkant van het schrijven van tijdgenoot Sleinada (pseudoniem voor Schaesbergse pastoor A. Daniels) over de Bokkenrijders

Halverwege de 18e eeuw werd Zuid-Limburg geteisterd door rond trekkende bandieten die plunderen en moorden. Het waren moeilijke tijden, vanwege extreem koude winters, veepesten en mislukte oogsten. Het gevolg was dat er kleine bendes ontstonden om toch het een en ander bij elkaar te roven.

De schouten traden hard op tegen de bandieten. Eenmaal gevangen, werd na een uitgebreide foltering een bekentenis afgenomen en terechtgesteld (ophangen). Het was een flinke business, want voor de arrestatie kreeg de schout 50 gulden en tipgever/helper ook nog eens 50 gulden. Na een succesvolle terechtstelling kreeg de schout nog eens 200 gulden. Flink bedrag in die tijd, waarbij je kunt voorstellen dat veel mensen onschuldig werden terechtgesteld.

In 1750 was de eerste golf van terechtstellingen en later in 1770-1775 de tweede golf. Bij de laatste golf is door bijgeloof de naam Bokkenrijders ontstaan. Men was overtuigd dat deze bokkenrijders een verbond met de duivel hadden.

Het folteren

wipgalg
De wipgalg

In die tijd ging het om de bekentenis, al dan niet met folteren afgedwongen. Het folteren zelf verliep volgens drie fasen:

  • 1e graad – Duimschroeven, samenpersen van de duimgewrichten.
  • 2e graad – Spaanse stevel, kneuzen van onderbenen door middel van het aandraaien van platen.
  • 3e graad – Wipgalg, men werd opgetrokken aan de, op de rug gebonden, handen. Er werden gewichten aan de voeten gehangen.

 Petrus Clermonts en ’t Fijnwerk

Jammer genoeg gaf de website met de opmerking geen bronvermelding. Bij navraag via email, gaf de eigenaar van de website aan het ook via internet te hebben gevonden. Maar hoe zit het nou?!

Om de stukken van de Bokkerijders beter te begrijpen moet je weten dat in de 18e eeuw mensen bijnamen hadden. Men kende elkaar vaak beter bij bijnaam dan bij de echte naam. In de processtukken wordt dan ook weleens de bijnaam genoemd in plaats van de echte naam van de persoon.  Gelukkig zijn er al mensen geweest die een overzicht hebben gemaakt van bijnamen en echte namen. Petrus Clermonts had de bijnaam ’t Fijnwerk.

het Fijnwerk: Petrus Clermonts, mandenmaker, wonende achter de kerk. Hij maakte onder meer korven van geschild tenenhout. Dat was het fijnere vlechtwerk. Vandaar.

Op de website van John van Eekelen zijn de namen van personen genoemd die destijds zijn vervolgd. Hier wordt ook Petrus Clermonts en het Fijnwerk genoemd. De bron van veel namen is het boek van Anton Blok over de Bokkerijders, het standaard werk over de Bokkenrijders.

De website geeft ook enkele transcripties van procesvoeringen, waar Petrus Clermonts ook als meede complicen sijn en aen verscheyde Diefstallen en Huysbraken schuldig staen wordt aangewezen.

Na wat zoeken is het uiteindelijk gelukt om een exemplaar van het boek van Anton Blok te vinden. Hierin is een compleet verslag van een verhoor van Petrus Clermonts opgenomen:

Clermond, Pieter (“’t Fijnwerck”)

Woonde in Beek achter de kerk, gehuwd met Maria Catharina Peters (1716); had een dochter (1750) en een zoon (1763); beroep: mandenmaker, ook (door Dirk Hersseler) genoemd als tapper en voerman; bezat ruim dire bunder land. Zou zijn bijnaam te danken hebben aan zijn vakmanschap: maakte fraaie witte manden en korven. Gearresteerd omstreek half september 1773; confrontaties met Andries en Gerke Steijen; scherper examen 14 oktober (gestaakt op last van de ‘landsdoctor’ tot de beklaagde weer op krachten zou zijn gekomen; voortzetting scherper examen 21 oktober; bleef ontkennen: ‘bij negativen is blijven persisteren waarom met goedvinden van de landsdoctor de gedetineerde aan de stroppade met vijfentwintigh ponden gewicht gebonden is om kwartier na twee uren, en is dezelve na overkomende flauwtens om 4 uren afgelaten’; met goedvinden van de chirurgijn werd verdere tortuur gestaakt; overleden in detentie 13 november 1773 zonder een bekentenis afgelegd te hebben; het lijk van Clermond werd door de schutten van Beek in Valkenburg afgehaald en later door de vilder per kar vervoerd naar de plaats van justitie op de Graetheide en aldaar onder de galg begraven. bron: RAL, LvO 8151, 8166, 8167

Bronnen:

Met één of twee f-en?

Meneer, uw naam? Peter van der Werf
-van de- of -van der-? van der
Werf met één of twee f-en? één f, jaja, de arme tak van de familie

Dit gebeurt bijna altijd als je van der Werf heet. Ik vraag me wel eens af: waarom niet met twee f-en? Is er in de loop van tijd een f verloren gegaan? of zijn we inderdaad de arme tak van de familie en is er een afsplitsing met 2 f-en?

detail horloge Jan van der Werff
Detail van het horloge van Jan van der Werff

Mijn overgrootvader schreef zijn naam als Jan van der Werff. Dit weten we uit familieverhalen en de naam die op  zijn zakhorloge staat,  twee f-en dus! Bij mijn opa moet het dus verkeerd zijn gegaan, want die schreef zijn naam als Pieter van der Werf.

Jan van der Werff
Ondertekening trouwakte Jan van der Werff met Anna Catharina de Jong

Jan trouwt op 18 mei 1904 met Anna Catharina de Jong. Bij ondertekening van de trouwakte schrijft Jan zijn achternaam als v/d Werff (bovenste handtekening). Opvallend is dat de handtekening van de Gerben van der Werf (derde handtekening) één f heeft! Gerben is de vader van Jan. Dus is het toch één f?!

Waar komt dat de naam van der Werf vandaan? Misschien vind ik daar een aanknopingspunt. Wat speurwerk levert het volgende op:

1811 familienaam Van Der Werf
1811 familienaam Van Der Werf

In 1811 werd door Napoleon de burgerlijke  stand ingevoerd. Iedereen moest een achternaam aannemen waardoor het makkelijker was om belasting te innen en dienstplichtigen op te roepen. Gerben Aukes, geboren in 1763, legt in 1811 de familienaam Van der Werf vast. Het is dus één f.

Bronnen: