Gefolterd en gestorven in gevang

Soms kom je een verrassende opmerking tegen. Zo ook mijn moeder die bezig is met de Clermonts tak van de familie. Na wat zoeken op internet kwam ze een opmerking tegen bij Petrus Clermonts: Gefolterd en gestorven in gevang 1773, vermeend lid van de Bokkerijders.

Bokkenrijders?!

Nagtdieven - Bokkenrijders - door tijdgenoot Sleinada
Voorkant van het schrijven van tijdgenoot Sleinada (pseudoniem voor Schaesbergse pastoor A. Daniels) over de Bokkenrijders

Halverwege de 18e eeuw werd Zuid-Limburg geteisterd door rond trekkende bandieten die plunderen en moorden. Het waren moeilijke tijden, vanwege extreem koude winters, veepesten en mislukte oogsten. Het gevolg was dat er kleine bendes ontstonden om toch het een en ander bij elkaar te roven.

De schouten traden hard op tegen de bandieten. Eenmaal gevangen, werd na een uitgebreide foltering een bekentenis afgenomen en terechtgesteld (ophangen). Het was een flinke business, want voor de arrestatie kreeg de schout 50 gulden en tipgever/helper ook nog eens 50 gulden. Na een succesvolle terechtstelling kreeg de schout nog eens 200 gulden. Flink bedrag in die tijd, waarbij je kunt voorstellen dat veel mensen onschuldig werden terechtgesteld.

In 1750 was de eerste golf van terechtstellingen en later in 1770-1775 de tweede golf. Bij de laatste golf is door bijgeloof de naam Bokkenrijders ontstaan. Men was overtuigd dat deze bokkenrijders een verbond met de duivel hadden.

Het folteren

wipgalg
De wipgalg

In die tijd ging het om de bekentenis, al dan niet met folteren afgedwongen. Het folteren zelf verliep volgens drie fasen:

  • 1e graad – Duimschroeven, samenpersen van de duimgewrichten.
  • 2e graad – Spaanse stevel, kneuzen van onderbenen door middel van het aandraaien van platen.
  • 3e graad – Wipgalg, men werd opgetrokken aan de, op de rug gebonden, handen. Er werden gewichten aan de voeten gehangen.

 Petrus Clermonts en ’t Fijnwerk

Jammer genoeg gaf de website met de opmerking geen bronvermelding. Bij navraag via email, gaf de eigenaar van de website aan het ook via internet te hebben gevonden. Maar hoe zit het nou?!

Om de stukken van de Bokkerijders beter te begrijpen moet je weten dat in de 18e eeuw mensen bijnamen hadden. Men kende elkaar vaak beter bij bijnaam dan bij de echte naam. In de processtukken wordt dan ook weleens de bijnaam genoemd in plaats van de echte naam van de persoon.  Gelukkig zijn er al mensen geweest die een overzicht hebben gemaakt van bijnamen en echte namen. Petrus Clermonts had de bijnaam ’t Fijnwerk.

het Fijnwerk: Petrus Clermonts, mandenmaker, wonende achter de kerk. Hij maakte onder meer korven van geschild tenenhout. Dat was het fijnere vlechtwerk. Vandaar.

Op de website van John van Eekelen zijn de namen van personen genoemd die destijds zijn vervolgd. Hier wordt ook Petrus Clermonts en het Fijnwerk genoemd. De bron van veel namen is het boek van Anton Blok over de Bokkerijders, het standaard werk over de Bokkenrijders.

De website geeft ook enkele transcripties van procesvoeringen, waar Petrus Clermonts ook als meede complicen sijn en aen verscheyde Diefstallen en Huysbraken schuldig staen wordt aangewezen.

Na wat zoeken is het uiteindelijk gelukt om een exemplaar van het boek van Anton Blok te vinden. Hierin is een compleet verslag van een verhoor van Petrus Clermonts opgenomen:

Clermond, Pieter (“’t Fijnwerck”)

Woonde in Beek achter de kerk, gehuwd met Maria Catharina Peters (1716); had een dochter (1750) en een zoon (1763); beroep: mandenmaker, ook (door Dirk Hersseler) genoemd als tapper en voerman; bezat ruim dire bunder land. Zou zijn bijnaam te danken hebben aan zijn vakmanschap: maakte fraaie witte manden en korven. Gearresteerd omstreek half september 1773; confrontaties met Andries en Gerke Steijen; scherper examen 14 oktober (gestaakt op last van de ‘landsdoctor’ tot de beklaagde weer op krachten zou zijn gekomen; voortzetting scherper examen 21 oktober; bleef ontkennen: ‘bij negativen is blijven persisteren waarom met goedvinden van de landsdoctor de gedetineerde aan de stroppade met vijfentwintigh ponden gewicht gebonden is om kwartier na twee uren, en is dezelve na overkomende flauwtens om 4 uren afgelaten’; met goedvinden van de chirurgijn werd verdere tortuur gestaakt; overleden in detentie 13 november 1773 zonder een bekentenis afgelegd te hebben; het lijk van Clermond werd door de schutten van Beek in Valkenburg afgehaald en later door de vilder per kar vervoerd naar de plaats van justitie op de Graetheide en aldaar onder de galg begraven. bron: RAL, LvO 8151, 8166, 8167

Bronnen:

2 gedachten over “Gefolterd en gestorven in gevang

  1. Wat fijn om te lezen dat er meer mensen zich bezig houden met de genealogie van de familie Clermonts.
    Wil ook actief aan de gang met de Bokkerijders omdat de genoemde Clermonts een
    voorvader van me is, en ik voor m’n kinders een mooie familiegeschiedenis wil nalaten!!
    Warme groet,
    Hanneke Clermonts

  2. Beste heer Van Der Werf,

    Bovengenoemde Petrus ’t fijnwerk de Bokkenrijder Clermonts is een directe voorvader van mij. Kunt u mij zeggen wat de link is tussen de Clermonts familie en uw familie Van Der Werf en hoever uw moeder de stamboom van de Clermonts familie heeft kunnen terugvinden?
    U zou me er erg mee helpen.

    Met vriendelijke groet,
    Roy Clermons

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *