Coehoorn en de Monster Commissaris Ordinaris Toppinga

 

familiewapen CoehoornAfgelopen jaar heb ik mij in de familie Coehoorn verdiept. Ik moet zeggen, een mysterieuze familie in Uithuizen. De oudste referentie die ik kan vinden is het graf van Johan Coehoorn in 1595 in de kerk van Uithuizen (zie foto bij het verhaal Familiewapen Coehoorn) en is waarschijnlijk de eerste Coehoorn die zich in Uithuizen vestigde vanuit Groothusen, Duitsland. In de Groninger Archieven komt de naam Coehoorn na 1595 voor in een aantal akten, maar wat mij opvalt is hoe weinig de naam terug komt in doop- en trouwakten. Ik zou meer kinderen en (achter)kleinkinderen verwachten. Waarschijnlijk hebben de Coehoorns een erg moeizame start gehad in Uithuizen.

Via de trouw- en doopakten kom ik uit in 1667 waar een beschrijving van het huwelijkscontract tussen Jacob Coehoorn en Loucke Eevers is overgebleven in De Navorscher:

bij ons eene verzegeling (in afschrift), van 20 Sept. 1667, van het „Houwelijx Contract tusschen Jacob Coehoorn, soone op Taeckuma 1), Leitenant v. e. Comp. Inf. onder het Regemt v. d. E. E. Conolel (sic) van Weede, Heer van Walenborch, ende Loucke Eevers, dochter op Rottemer Nijhuis 2). Dedigesluiden over desen houlijck sijn geweest an des Bruidegoms sijde de heer Johan Coehoorn als vader, Johan Coehoorn Jonge als broeder, Jan Reinders van Borck als oom. Ende ande Bruits sijde Jacob Evers als broeder, Albertus Averes als oom, de heer Monster Commissaris Ordinaris Toppinga als voormont, Dezck Wiersema als sibbe voogt, ende Harmen Cnol als vremde voogt.

Jammer genoeg is in het contract niet de moeder van Jacob genoemd. Daarnaast valt op de ouders van Loucke ook niet zijn genoemd, maar wel de heer Monster Commissaris Ordinaris Toppinga als voormont van Loucke. Voormont, dat zo goed als voogd betekent. De ouders van Loucke zijn dus in 1667 al overleden. In het zelfde jaar 1667 is ook de volgende akte van een erfenis terug te vinden:

Scheidbrief tussen luitenant Jacob Coehoorn, nomine uxoris, monstercommissaris Johan Toppinga als voormond met de andere voogden van de kinderen van Evert Janssen en Martien Jacobs, allen erfgenamen van Scheltie Tewes weduwe Jan Everts, 1667

Hierin wordt Jacob Coehoorn als nomine uxoris (in naam van de echtgenote) samen met monstercommissaris Toppinga als voogd van de kinderen van Evert Janssen en Martien Jacobs genoemd. Deze informatie in combinatie met het huwelijkscontract betekent dat Evert Janssen en Martien Jacobs de ouders zijn van Loucke. Daarbij zijn zij allen erfgenamen van Scheltie Tewes weduwe van Jan Everts, ofwel de oma en opa van Loucke.

Maar wie is nou die Toppinga met zijn monsterlijke titel? In de Nederlandse Leeuw uit 1908 is zijn vrouw, maar ook het patroniem van Johan Toppinga genoemd:

Catharina of Trijntje Buning, geboren 1642, gehuwd omtrent 1661 met Jan Olpherds Toppinga, monstercommissaris te Groningen.

De vader van Jan (Olpherds zoon) Toppinga zal hoogst waarschijnlijk Olpherd Jansen heten en van deze persoon is een huwelijkscontract bewaard gebleven. Hieruit kan je concluderen dat de eerder genoemde Jan Everts en Scheltie Tewes ook de opa en oma zijn van Monster Commissaris Ordinaris Jan Ulferts Toppinga en dus een neef van Loucke Eevers, de vrouw van Jacob Coehoorn:

Huwelijkscontract tussen Ulfert Janssen, zoon van Johan Ulferts en Aeijlke Jelmers, en Martien, dochter van Johan Everts en Scheltje, 1626.

Bruidegoms zijde: Aeylke (moeder), Jelmer Eltkens (bestevader), Eltije Jelmers (oom), Jacob Jelmers (oom), Peter Tewes (zwager), Marrije (echtgenoot Peter Tewes).

Bruids zijde: Johan Everts (vader), Scheltije (moeder), Jacob Everts (oom), Ubbe Jelmers (oom), Jacob Tewes (oom).

N.B. De functie van Monster Commissaris: Tot 1795 waren in het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden de compagnieën financieel afhankelijk van de commandant (kapitein of ritmeester). De betaling van de soldijen en traktementen behoorde tot zijn verantwoordelijkheid, evenals de administratie hierover, die veelal werd gevoerd door een oudere onderofficier. De overheid die de soldij- en traktementsgelden verstrekte, oefende toezicht uit. Aanvankelijk gebeurde dat door middel van zogeheten monstercommissarissen.
bronnen
  • De Nederlandse Leeuw, jaargang 73 1908, pagina 7.
  • De Navorscher, pagina 363, http://www.dbnl.org/arch/_nav001189101_01/pag/_nav001189101_01.pdf
  • Archief Laman, http://www.groningerarchieven.nl
  • http://www.allegroningers.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *